Bij ons kun je altijd terecht voor heldere antwoorden op juridische vragen!

Actueel

Blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws en mis nooit meer één van onze artikelen.

01 Oct 2020

Coronaspoedwet: aanvrager faillissement tijdelijk 'terug in het hok'

Op korte termijn zal de Tweede Kamer zich buigen over de ‘Tijdelijke wet COVID-19 SZW en J&V’. In deze wet worden een aantal zaken geregeld, waaronder een regeling ter bescherming van ondernemers die direct geraakt zijn door de aanhoudende corona crisis en daardoor in een faillissementssituatie terecht zijn gekomen.

Zonder uitputtend te zijn geeft de regeling een ondernemer, van wie door een schuldeiser het faillissement is aangevraagd, in ieder geval de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken de behandeling van de aanvraag tot faillietverklaring gedurende twee maanden aan te houden. Als dit verzoek wordt toegewezen kan de termijn nog eens met twee keer twee maanden worden verlengd (maximaal zes maanden). Tijdens deze aanhouding geldt er een soort van ‘bevriezing’ van de bestaande situatie. Schuldeisers kunnen bijvoorbeeld geen betaling afdwingen en mogen de overeenkomst met de schuldenaar niet tussentijds beëindigen. Ook zijn de goederen van de schuldenaar tijdelijk veilig gesteld; de schuldeisers verliezen tijdelijk de bevoegdheid om verhaal te nemen op goederen van de onderneming. Gelegde beslagen kunnen op last van de rechter worden opgeheven.

Kan iedere ondernemer die in de financiële penarie zit dit verzoek succesvol doen? Het antwoord is nee. De ondernemer moet duidelijk kunnen aantonen dat zijn financiële toestand (betalingsonmacht) rechtstreeks en volledig of hoofdzakelijk een gevolg is van de coronacrisis. Als blijkt dat de ondernemer ook zonder een coronacrisis evengoed niet tot betaling van zijn schulden had kunnen overgaan, wordt het verzoek afgewezen. Als de ondernemer aannemelijk kan maken dat hij vóór 15 maart 2020 (intelligente lockdown) wel voldoende liquide middelen had om zijn opeisbare schulden te voldoen en dat de coronamaatregelen en/of de gevolgen van de coronacrisis hebben geleid tot een omzetverlies van 20% ten opzichte van de gemiddelde omzet van de laatste drie maanden, dan wordt vermoed dat het vereiste verband met de corona uitbraak aanwezig is. En last but not least: het vooruitzicht moet bestaan dat de schuldenaar na de gestelde termijn wel aan zijn opeisbare en toekomstige verplichtingen kan blijven voldoen.

Met de huidige onzekerheid over de duur van de corona crisis en de gevolgen daarvan op lange termijn zal met name dit laatste voor meerdere ondernemers lastig te onderbouwen zijn. Denk aan de horeca en de evenementensector, waar momenteel ieder reëel perspectief lijkt te ontbreken.

‘Nood breekt wet’ of nood zorgt in ieder geval voor een spoedwet die de gewone Faillissementswet opzij zet. Al met al een klein lichtpuntje voor bedrijven die in betalingsproblemen zijn gekomen als gevolg van de coronacrisis. De schuldeiser die geen begrip heeft voor de situatie en op een faillissement aanstuurt moet, als daarom wordt verzocht, even ‘terug in het hok’.

Overigens is het bij de meeste rechtbanken al enige tijd het beleid dat faillissementsaanvragen die door schuldeisers worden gedaan (anders dan eigen aangiftes) extra kritisch worden beoordeeld. Als blijkt dat de faillissementssituatie ‘corona gerelateerd’ is, zal men het faillissement waarschijnlijk toch minder snel uitspreken en de schuldenaar eventueel nog wat tijd geven.

Eef Steentjes, 1 oktober 2020

Lees verder
28 Sep 2020

Covid-19 excuus voor bedrijfsmatige huurder?

In de zgn. ‘lock down’ periode vanaf mei jl. hebben verschillende kantonrechters zich uitgesproken over de vraag of een huurder recht heeft op compensatie in geval van een gedwongen sluiting van bedrijfsruimte, zoals bijvoorbeeld een winkel of een horecagelegenheid. In de meeste gevallen werd geoordeeld dat de sluiting op last van de overheid een ‘gebrek’ is, op grond waarvan de huurder recht heeft op huurvermindering. Ook werd geoordeeld dat dit een onvoorziene omstandigheid is, welke niet (alleen) voor rekening van de huurder dient te blijven. Via deze weg kunnen huurders dus (deels) worden gecompenseerd.

Maar welke juridische mogelijkheden heb je als huurder van bedrijfsruimte, zonder gedwongen sluiting, om geen of minder huur te betalen tijdens de corona crisis? Dus alleen vanwege omzetdaling. Het antwoord is dat die mogelijkheden er niet lijken te zijn. Natuurlijk kun je altijd in overleg treden met de verhuurder. Deze zal ook belang hebben bij continuïteit en een huurder die op de langere termijn voor inkomsten zorgt. Dus een goede kans dat er wel iets te regelen valt. Maar als dat niet zo is dan houdt het waarschijnlijk al snel op. Zo heeft de kantonrechter in Rotterdam op 7 augustus jl. in een zaak, waarin door de huurder een beroep werd gedaan op de regeling van ‘onvoorziene omstandigheden’, geoordeeld dat de corona crisis weliswaar zo’n voor beide partijen onvoorziene omstandigheid is, maar dat dit tegelijkertijd niet kan leiden tot een ontbinding van de huurovereenkomst. Het gehuurde kan nog steeds worden gebruikt en omzetverlies als een gevolg van de corona crisis hoort in beginsel tot het ondernemersrisico. Volgens de kantonrechter is de regeling van de onvoorziene omstandigheden niet bedoeld om een contractspartij zo maar de mogelijkheid te geven beëindiging of wijziging van een overeenkomst af te dwingen.

Vragen over de gevolgen van de corona crisis voor huur- of andere overeenkomsten? Neem vrijblijvend contact op met onze advocaten en juristen contractenrecht.

Hidde Voerman, 28 september 2020

Lees verder
02 Sep 2020

11 september 2020: Dag van de scheiding

Voor meer informatie over de Dag van de scheiding zie www.dagvandescheiding.nl.

Natuurlijk kun je met al jouw vragen ook rechtstreeks (kosteloos) contact opnemen met onze vFAS advocaat en mediator Mieke Mulder.

Telefoonnummer 0544-397200 of per e-mail: mieke@juustadvocaten.nl.

Lees verder
02 Jul 2020

Ga je scheiden van een ondernemer? Wees alert.

“De accountant regelt het wel even”…

Je bent gehuwd met een ondernemer of onderneemster en jullie gaan scheiden. Net als vele anderen kiezen jullie voor mediation. Dit is over het algemeen goedkoper en verloopt meestal sneller dan de situatie waarin beide partijen een eigen advocaat in de arm nemen. Maar dan zit je ineens aan tafel bij een adviseur van het accountants- of advieskantoor van de onderneming van jouw partner. Want die is nu eenmaal goed op de hoogte van de financiële situatie en de waarde van het te verdelen ondernemingsvermogen. Bovendien kent dit kantoor jullie persoonlijk, dus mooier kan het toch eigenlijk niet. Er wordt een echtscheidingsconvenant (overeenkomst) opgemaakt. Je ontvangt een bedrag aan alimentatie en voor wat betreft de onderneming moet je er maar op vertrouwen dat alles eerlijk en netjes wordt verdeeld. Je hoeft alleen nog maar te tekenen bij het kruisje. De stukken worden dan doorgestuurd naar een mediator of advocaat die de afspraken dan meestal één op één overneemt en deze, vergezeld van een verzoek tot echtscheiding, indient bij de rechtbank om alles formeel af te ronden. Maar ergens voel jij je daar toch niet helemaal lekker bij …

Helaas is dit een praktijksituatie die regelmatig voorkomt. Wees daar alert op want je loopt als partner van de ondernemer een groot risico dat je hierdoor wordt benadeeld, dat je minder toebedeeld krijgt dan waar je op grond van wet en rechtspraak recht op hebt. Kies je hier bewust voor dan is dat uiteraard prima, maar sta er in ieder geval bij stil. De ‘mediator’ van het accountants- of advieskantoor is per definitie niet onpartijdig en onafhankelijk. Het kantoor wil in de toekomst graag met de ondernemer en zijn of haar onderneming verder. Dat wil overigens niet zeggen dat er ook altijd ten nadele van de andere partner wordt geadviseerd maar het risico is zeker aanwezig. Wij hebben vaak genoeg voorbeelden voorbij zien komen van scheve verdelingen waar deze als evenwichtig werden voorgespiegeld. Het kan dus verstandig zijn om direct aan te geven dat je een andere mediator wilt of dat je in ieder geval later de gelegenheid wilt hebben om tussentijds ruggenspraak te kunnen houden met een eigen advocaat.

Onafhankelijk en onpartijdig

Als adviseur zou je ver weg moeten blijven van de geschetste situatie. Je bevindt je op een hellend vlak en loopt zelfs aansprakelijkheidsrisico’s. Je zou hooguit een onpartijdige en onafhankelijke mediator van relevante financiële en fiscale informatie kunnen voorzien. Iedereen mag zich ‘mediator’ noemen en daarom doen veel adviseurs ook aan ‘mediation’. Vaak vanuit een op zich begrijpelijke drang om meer werk binnen te halen. Maar alleen een echte onafhankelijke en onpartijdige mediator, die niet in een bepaalde relatie staat tot één der partijen, is goed in staat om het evenwicht tussen partijen te bewaren en ook oog te hebben voor de belangen van beide partners.

Onze advocaat en advocaat familierecht Mieke Mulder is als gecertificeerd registermediator aangesloten bij MfN (Mediationfederatie Nederland) en is als zodanig gebonden aan allerlei gedragsregels, waardoor zaken als vertrouwelijkheid, onafhankelijkheid en onpartijdigheid zijn gewaarborgd. Daarnaast is zij lid van de vFAS , een specialisatievereniging voor familierecht advocaten en scheidingsbemiddelaars. Herken je de hiervoor genoemde situatie, schroom dan niet contact met ons te zoeken. Juist daarom Juust!

Lees verder