Bij ons kun je altijd terecht voor heldere antwoorden op juridische vragen!

Actueel

Blijf altijd op de hoogte van het laatste nieuws en mis nooit meer één van onze artikelen.

08 Dec 2021

Nog steeds groot misverstand bij ondernemers over algemene voorwaarden!

Kosteloze quick scan door Juust in de maand december

‘Jazeker hebben wij algemene voorwaarden, ze liggen bij de Kamer van Koophandel’ …

Helaas weten nog steeds veel ondernemers niet hoe het werkt. Algemene voorwaarden kunnen van groot belang zijn. Bijvoorbeeld in een faillissementssituatie. En dat is met de verwachte toename van het aantal faillissementen in het komende jaar erg actueel. Dan is het wel zo prettig om bijvoorbeeld een rechtsgeldig eigendomsvoorbehoud te hebben gemaakt, met andere woorden: zo lang het door jouw bedrijf geleverde product nog niet (volledig) is betaald, blijft jouw bedrijf eigenaar van het product en is de curator verplicht om het terug te geven. Dit kan overigens onder omstandigheden anders zijn. Denk daarbij aan een situatie waarin het product niet meer in de oorspronkelijke staat aanwezig is (bewerkt of verwerkt in een ander product) of als de belastingdienst specifieke rechten kan uitoefenen. Maar vaak loont het echt de moeite. Uiteraard kun je in algemene voorwaarden nog veel meer belangrijke zaken regelen, zoals een beperking van de aansprakelijkheid.

Maar niets gaat vanzelf. Wat vaak wordt vergeten is dat de algemene voorwaarden niet zo maar van toepassing zijn als ze ooit zijn opgesteld en bij de Kamer van Koophandel of de Rechtbank zijn gedeponeerd en ook niet als daar ook nog eens naar wordt verwezen in kleine lettertjes op het briefpapier of op de factuur. Allereerst is het belangrijk dat de algemene voorwaarden ook uitdrukkelijk door jouw bedrijf van toepassing zijn verklaard en door degene met wie je zaken doet als onderdeel van de overeenkomst/opdracht is geaccepteerd. Daarnaast is het ook belangrijk dat de andere partij een redelijke mogelijkheid moet hebben gehad om kennis te nemen van de inhoud van de voorwaarden. Is dit laatste niet het geval dan kan de andere partij één of meer voorwaarden achteraf alsnog ‘vernietigen’, dat wil zeggen buiten werking stellen. Dus alleen de algemene voorwaarden ergens deponeren is niet genoeg. Sterker nog, het is niet eens verplicht om dat te doen. Het wordt vaak gedaan om buiten iedere discussie te stellen dat er achteraf zou zijn geantedateerd of anderszins zou zijn geknoeid met de inhoud van de voorwaarden.

Ons advies: neem in een overeenkomst of orderbevestiging op dat de algemene voorwaarden op alle overeenkomsten van toepassing zijn en voeg er ook een exemplaar van de algemene voorwaarden bij (op papier of digitaal). Laat de overeenkomst vervolgens ook door de andere partij ondertekenen of daar digitaal akkoord voor geven. En neem daarbij ook in de overeenkomst op dat met de ondertekening eveneens wordt getekend voor de ontvangst van de algemene voorwaarden.

Maak nu gebruik van het aanbod van Juust om deze maand een kosteloze quick scan uit te voeren en te onderzoeken of jouw bedrijf alles rondom de algemene voorwaarden wel op orde heeft. Je kunt daarvoor een e-mail sturen naar onze advocaat contractenrecht Yetis Cenik (yetis@juustadvocaten.nl).

Lees verder
28 May 2021

Wat is de maatschappelijke BV?

Misschien heb je er iets al over gehoord. De BVm. En dan bedoel ik niet het boekingsbureau voor artiesten uit Enschede, dat ik nog ken vanuit de jaren negentig en dat voor zover ik weet nog steeds bestaat, maar de ‘maatschappelijke BV’.

Het (demissionaire) kabinet onderzoekt de mogelijkheid om de BVm als bijzondere rechtspersoon in het Nederlandse vennootschapsrecht te introduceren. Er heeft een concept wetsvoorstel ter inzage gelegen voor een eerste consultatieronde. Het wachten is nu op de voortgang in Den Haag.

Kort gezegd gaat het om een gewone BV zoals we deze nu ook al kennen maar ook weer niet helemaal. Om als BVm aangemerkt te worden zal een vennootschap aan bepaalde extra eisen moeten voldoen. Deze eisen zullen betrekking hebben op de maatschappelijke doelen die de onderneming nastreeft. Deze zullen bij oprichting of statutenwijziging vastgelegd moeten worden in de statuten. Het is de bedoeling dat er een bijzondere wet komt die de gestelde eisen verder zal uitwerken. In ieder geval zal het bijdragen aan een maatschappelijk doel belangrijker moeten zijn dan winstmaximalisatie en zal bijvoorbeeld een deel van de omzet geherinvesteerd moeten worden met het oog op de maatschappelijke doelen. Ook kan de onderneming beperkt worden in de verdeling van winst en vermogen. Er zal bovendien structureel overleg moeten plaatsvinden met belangrijke stakeholders (overheden, burgers, milieuorganisaties, onderwijs, etc.).

Het fenomeen BVm vloeit voort uit de toenemende verschuiving van de focus van vooral grotere ondernemingen van korte termijn denken (belang aandeelhouders, snelle winsten) naar lange termijn denken (korte termijn verliezen omwille van lange termijn winsten). Dit lange termijn denken gaat hand in hand met de alsmaar toenemende maatschappelijke aandacht voor klimaatveranderingen, vervuiling, uitdroging, voedselverspilling en verlies aan biodiversiteit. Duurzaamheid is daarbij het toverwoord.

Het zijn van een BVm leidt volgens de initiatiefnemers tot een duidelijkere herkenning van ondernemingen die zich sterk maken voor een betere maatschappij. Iedere onderneming kan roepen dat hij ‘MVO bezig is’ maar met deze kwalificatie kunnen de echte duurzame ondernemingen zich onderscheiden van de anderen en kunnen andere partijen, zoals consumenten of overheden, zich bij inkoop en aanbesteding hierdoor laten leiden. Ook werknemers kunnen er bewust voor kiezen zich bij een BVm te willen aansluiten.

Er bestaan al enkele rechtsvormen waarmee maatschappelijke doelen kunnen worden nagestreefd. Zo kan een stichting of een coöperatie op zich ook geschikt zijn. Iedere bestaande rechtsvorm heeft echter haar nadelen. Een stichting kent weliswaar een winstuitkeringsverbod en het bestuur wordt niet belemmerd door inspraak van leden, maar het is lastiger om daarvoor investeerders en financieringen aan te trekken. Zij kunnen geen aandelen kopen. En met uitzondering van de echte weldoeners zien zij vooral risico’s in een non-profit organisatie. Een coöperatie is in dat opzicht weer aantrekkelijker voor investeerders die rendement willen behalen, maar daar belemmert inspraak van leden juist weer een slagvaardige besluitvorming.

Wat in het eerste concept wetsvoorstel lijkt te ontbreken zijn positieve fiscale prikkels voor de BVm. Je zou in deze tijd toch verwachten dat de overheid e.e.a. zou stimuleren, daar waar MVO ondernemen ook extra kosten met zich kan brengen dan wel andere financiële nadelen kan opleveren.

Alhoewel, met de 80 miljard coronasteun voor het bedrijfsleven raken de diepe zakken van Wopke Hoekstra en de zijnen langzaam aan wel behoorlijk leeg.

Het is maar de vraag wat er, zeker de eerste jaren, in de praktijk terecht gaat komen van de mogelijkheid die hiermee worden gecreëerd en de daarmee samenhangende goede voornemens. Veel investeerders/aandeelhouders willen nog steeds binnen redelijke termijn iets terug zien en in de basis is er ook niets mis met winstmaximalisatie. Maar tegelijkertijd zien we dus overal dat maatschappelijke vraagstukken steeds belangrijker worden. Vooral voor multinationals en andere grote ondernemingen zou de BVm een interessante optie kunnen zijn. Erg actueel is uiteraard de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van eerder deze week, waarbij Shell is veroordeeld om haar klimaatbeleid aan te scherpen. Een verstrekkende uitspraak waar m.i. rechtstatelijk gezien nog wel de nodige vraagtekens bij geplaatst kunnen worden omdat hier geen verdragsstaat maar een individuele onderneming op de vingers is getikt. Maar het is in ieder geval weer een belangrijk signaal aan grote ondernemingen dat zij in beweging zullen moeten komen. Wellicht dat de BVm daarbij kan helpen.

Eef Steentjes, 28 mei 2021

Lees verder
01 Oct 2020

Coronaspoedwet: aanvrager faillissement tijdelijk 'terug in het hok'

Op korte termijn zal de Tweede Kamer zich buigen over de ‘Tijdelijke wet COVID-19 SZW en J&V’. In deze wet worden een aantal zaken geregeld, waaronder een regeling ter bescherming van ondernemers die direct geraakt zijn door de aanhoudende corona crisis en daardoor in een faillissementssituatie terecht zijn gekomen.

Zonder uitputtend te zijn geeft de regeling een ondernemer, van wie door een schuldeiser het faillissement is aangevraagd, in ieder geval de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken de behandeling van de aanvraag tot faillietverklaring gedurende twee maanden aan te houden. Als dit verzoek wordt toegewezen kan de termijn nog eens met twee keer twee maanden worden verlengd (maximaal zes maanden). Tijdens deze aanhouding geldt er een soort van ‘bevriezing’ van de bestaande situatie. Schuldeisers kunnen bijvoorbeeld geen betaling afdwingen en mogen de overeenkomst met de schuldenaar niet tussentijds beëindigen. Ook zijn de goederen van de schuldenaar tijdelijk veilig gesteld; de schuldeisers verliezen tijdelijk de bevoegdheid om verhaal te nemen op goederen van de onderneming. Gelegde beslagen kunnen op last van de rechter worden opgeheven.

Kan iedere ondernemer die in de financiële penarie zit dit verzoek succesvol doen? Het antwoord is nee. De ondernemer moet duidelijk kunnen aantonen dat zijn financiële toestand (betalingsonmacht) rechtstreeks en volledig of hoofdzakelijk een gevolg is van de coronacrisis. Als blijkt dat de ondernemer ook zonder een coronacrisis evengoed niet tot betaling van zijn schulden had kunnen overgaan, wordt het verzoek afgewezen. Als de ondernemer aannemelijk kan maken dat hij vóór 15 maart 2020 (intelligente lockdown) wel voldoende liquide middelen had om zijn opeisbare schulden te voldoen en dat de coronamaatregelen en/of de gevolgen van de coronacrisis hebben geleid tot een omzetverlies van 20% ten opzichte van de gemiddelde omzet van de laatste drie maanden, dan wordt vermoed dat het vereiste verband met de corona uitbraak aanwezig is. En last but not least: het vooruitzicht moet bestaan dat de schuldenaar na de gestelde termijn wel aan zijn opeisbare en toekomstige verplichtingen kan blijven voldoen.

Met de huidige onzekerheid over de duur van de corona crisis en de gevolgen daarvan op lange termijn zal met name dit laatste voor meerdere ondernemers lastig te onderbouwen zijn. Denk aan de horeca en de evenementensector, waar momenteel ieder reëel perspectief lijkt te ontbreken.

‘Nood breekt wet’ of nood zorgt in ieder geval voor een spoedwet die de gewone Faillissementswet opzij zet. Al met al een klein lichtpuntje voor bedrijven die in betalingsproblemen zijn gekomen als gevolg van de coronacrisis. De schuldeiser die geen begrip heeft voor de situatie en op een faillissement aanstuurt moet, als daarom wordt verzocht, even ‘terug in het hok’.

Overigens is het bij de meeste rechtbanken al enige tijd het beleid dat faillissementsaanvragen die door schuldeisers worden gedaan (anders dan eigen aangiftes) extra kritisch worden beoordeeld. Als blijkt dat de faillissementssituatie ‘corona gerelateerd’ is, zal men het faillissement waarschijnlijk toch minder snel uitspreken en de schuldenaar eventueel nog wat tijd geven.

Eef Steentjes, 1 oktober 2020

Lees verder